Dat hoeft niet erg te zijn. Elk kind is anders, dat is juist iets moois. Als ouder kun je soms automatisch je kind vergelijken met andere kinderen. Dat is niet altijd erg. Soms kom je zo achter leuke of belangrijke verschillen. Maar het gebeurt ook wel eens dat je je ineens enorm zorgen begint te maken. Terwijl je niet zeker weet of dat nodig is.
Als je je zorgen maakt, praat dan eerst met mensen die je kind ook goed kennen. Mensen die jij vertrouwt en waar je kind echt zichzelf kan zijn. Vraag hen bijvoorbeeld hoe zij jouw kind zien. Is hen iets opgevallen? Hoe zouden zij jouw kind omschrijven?
Omschrijf daarna jouw twijfels of zorgen en kijk hoe ze reageren. Herkennen ze wat je zegt? Of zien ze het anders? Misschien ben je al gerustgesteld nu je er over hebt gepraat. Het kan ook zijn dat jullie ontdekken dat de zorgen terecht zijn en dat er hulp nodig is. Ga dan op zoek naar een expert. Dat kan de leerkracht* zijn, maar ook de huisarts of iemand van het Centrum voor Jeugd en Gezin.
Wacht hier niet te lang mee. Het is voor jou en je kind het beste als je hulp zoekt en over je zorgen praat.
*In het basisonderwijs noemen we deze persoon een leerkracht. In het middelbaar onderwijs is dit de mentor. Waar ‘leerkracht’ staat, mag je dus ook ‘mentor’ invullen.


