Het gaat niet goed op school

Het kan gebeuren dat het niet goed gaat op school. Misschien wordt je kind gepest of heeft je kind het niet naar zijn zin. Het is niet gek dat je je dan zorgen maakt. Onder dit thema vind je een aantal vragen en antwoorden die daarover gaan. Heb je een andere vraag? Laat het ons weten, we helpen je graag!

Mijn kind is snel afgeleid op school. Wat kan ik doen om te helpen?

Is je kind snel afgeleid op school? Dat kan allerlei redenen hebben. Hieronder zie je een paar voorbeelden.

  • Je kind vindt het moeilijk om dingen af te maken;
  • Je kind kan nog niet goed plannen, organiseren of kiezen;
  • Je kind kan alleen concentratie vinden als het onderwerp interessant is;
  • Je kind vindt het lastig om te luisteren;
  • Je kind vindt het lastig om formulieren in te vullen;
  • Je kind hoort veel prikkels of geluiden in de klas;
  • Je kind vindt het lastig om instructies te begrijpen en te onthouden.

Wat is het echte probleem?

Zoals je ziet zijn er veel dingen die ervoor kunnen zorgen dat je kind afgeleid is. Van te weinig motivatie, tot te veel geluiden. Daarom is het belangrijk om eerst uit te zoeken wat bij jouw kind het ‘echte’ probleem is. Probeer dit samen te ontdekken.

Wat is de oplossing?

Wat je eraan kunt doen, hangt af van wat je hebt ontdekt. Vindt jouw kind het lastig om stil te zitten? Misschien kan een wiebelkruk helpen, of een extra pauze om even heel veel te bewegen. Wordt je kind erg afgeleid door geluiden in de klas? Dan is er misschien een rustige plek waar hij mag werken. Of een geluiddichte koptelefoon om het rumoer weg te filteren. Vind jouw kind het lastig om te plannen of weet het niet wat het met een instructie aan moet? Praat met de leerkracht* hierover. Samen kun je grote opdrachten in kleine taken verdelen of bedenken hoe de instructie wel duidelijk is.

Elk kind is anders en leert anders!

Snel afgeleid zijn is niet iets om je voor te schamen. Elk kind leert op een andere manier. De een wil tijdens het leren graag geluiden horen, de andere heeft een stille ruimte nodig. De een denkt in plaatjes, de ander niet. Dat betekent dat voor elk kind een andere omgeving het beste (en minst afleidend) is. Natuurlijk kun je een klaslokaal niet op elk kind aanpassen. Maar samen met de leerkracht* kun je wel op zoek gaan naar een manier om jouw kind te helpen.

*In het basisonderwijs noemen we deze persoon een leerkracht. In het middelbaar onderwijs is dit de mentor. Waar ‘leerkracht’ staat, mag je dus ook ‘mentor’ invullen.

Mijn kind wil/kan niet meer naar school. Mag mijn kind thuisblijven?

Kinderen zijn leerplichtig tot aan het einde van het schooljaar waarin ze 16 jaar worden. Daarna zijn ze kwalificatieplichtig. Dit betekent dat ze tot hun 18de verjaardag naar school moeten gaan, tot zij een startkwalificatie hebben. Dat is een diploma op minimaal mbo-2, havo- of vwo-niveau.

Dat betekent dat je kind niet zomaar thuis mag blijven. Toch kan het gebeuren dat je kind thuis komt te zitten. Als je kind nog leerplichtig is krijg je te maken met de leerplichtambtenaar.

Wat doet de leerplichtambtenaar?
De taak van de leerplichtambtenaar is om te zorgen dat kinderen naar school gaan. Als dat mogelijk is. Dit betekent dat:

  • een kind ingeschreven moet staan op een school;
  • een kind het rooster moet volgen dat voor het kind is opgesteld.

Als je kind tijdelijk niet naar school kan of wil, volgt de leerplichtambtenaar het proces dat je samen ingaat. School moet namelijk ook nu blijven zorgen voor het onderwijs. En het moet de ontwikkeling van jouw kind in de gaten blijven houden. Daarnaast moet school een plan maken over hoe jouw kind weer naar school kan gaan. De leerplichtambtenaar kan advies geven. Maar hij mag ook ingrijpen als dat nodig is. Als er bijvoorbeeld geen plan wordt gemaakt. Jouw rol als ouder is heel belangrijk. Je wordt daarom altijd betrokken.

Het plan voor jouw kind moet er ook komen als je kind naar een andere vorm van onderwijs gaat, zoals het Speciaal onderwijs (SO) of speciaal basisonderwijs (SBO).

Digitaal afstandsonderwijs

Als uw kind tijdelijk niet naar school kan is digitaal afstandsonderwijs mogelijk. In de onderstaande brochure leest u hier meer over.

Mijn kind wil niet meer naar school, wat kan ik doen?

Ieder kind heeft weleens geen zin om naar school te gaan. Soms gaat dit vanzelf over, soms ook niet. Gaat je kind al langer met tegenzin naar school? Bedenk dan wat je ziet bij je kind. Waardoor denk jij dat je kind met tegenzin naar school gaat?

  • Wat merk jij aan je kind?
  • Kun je voorbeelden bedenken wanneer je kind echt geen zin heeft?
  • Wanneer is het begonnen?
  • Zijn er uitzonderingen? Wanneer heeft je kind wel zin om naar school te gaan?
  • Wat denk je dat een reden is dat je kind geen zin heeft?

Veelvoorkomende redenen voor tegenzin

Er kan van alles zijn, waardoor je kind geen zin heeft om naar school te gaan. De volgende redenen komen vaak voor:

  • Het is te moeilijk of de uitleg gaat te snel. Daardoor haakt je kind af.
  • Het is te makkelijk of de uitleg gaat te langzaam. Je kind verveelt zich en haakt af.
  • Er is iets aan de hand met het contact met de andere leerlingen. Denk aan: pesten, buiten sluiten of ‘gedoe’ met vriendjes of vriendinnetjes.
  • Er is iets aan de hand met het contact met een van de leraren.
  • Er is iets gebeurd wat je kind vervelend, eng of spannend vond.

Praat erover met je kind
Kies een rustig moment en praat erover met je kind. Vertel dat je nieuwsgierig bent hoe het met je kind gaat. Vertel wat je je kind ziet doen (bijvoorbeeld ‘mopperen of treuzelen ’s ochtends’) en vraag of hij/zij het herkent.

Geef aan dat je denkt dat je kind niet zoveel zin heeft om naar school gaat. Vraag of dat klopt. Als dat klopt, maak dan samen een lijstje van de dingen waar je kind blij van wordt op school. Schrijf ook op wat je kind lastig vindt.

Ga er samen eens goed voor zitten en bedenk:

  • Wanneer heb je wel zin om naar school te gaan?
  • Wat of wie helpt je om wél zin te hebben in school?

Vraag of de leerkracht mag weten dat je kind geen zin heeft in school. Misschien kun je samen vertellen wat je kind fijn of minder fijn vindt op school. De leerkracht wil dit graag weten. Hij/zij wil tenslotte ook dat je kind het naar zijn zin heeft op school.

Hoe verder?
Wat vinden jullie een fijne manier om hierop te letten? Maak met je kind een plan voor als je kind geen zin heeft. Maak ook afspraken wanneer je het hier weer over hebt. Of wat jullie kunnen doen om school leuker voor je kind te maken.

Als de tegenzin blijft kan de IB’er  of zorgcoördinator met jou, je kind en de leerkracht bekijken wat er al is geprobeerd en wat jullie nog kunnen proberen.

Denk ook na over hoe je mensen om je heen kunt verzamelen die je snappen en steunen. Mensen die begrijpen waarover je het hebt. Met wie je je ervaringen kunt delen en die met je meedenken. Maar ook mensen die het op school (of na school) leuker kunnen maken voor je kind.

Iemand van buiten school
Soms is het fijn als er een deskundige van buiten school meedenkt. Aan iedere school is een schoolmaatschappelijk werker verbonden. Deze persoon is er om ouders te helpen bij alle vragen over opvoeden. Hoe groot of klein ook. Je kunt samen en met de school uitzoeken op welke manier jouw kind het beste geholpen kan worden. Natuurlijk kun je ook altijd terecht bij het ouder- en jeugdsteunpunt.

*In het basisonderwijs noemen we deze persoon een leerkracht. In het middelbaar onderwijs is dit de mentor. Waar ‘leerkracht’ staat, mag je dus ook ‘mentor’ invullen.

Mijn kind wordt gepest. Wat kan ik als ouder doen?

Als je kind gepest wordt is dat een serieus probleem. School hoort een veilige plek te zijn voor kinderen. Ze moeten er met plezier kunnen leren. Pesten hoort daar niet bij.

Anti-pest beleid en anti-pest protocol

Elke school heeft een plan om pesten tegen te gaan. Dit noemen we het anti-pest beleid. Ook heeft elke school een ‘anti-pestprotocol’. Dit vind je terug op de website of in de schoolgids van de school. In dit protocol staan alle stappen die de school neemt als er gepest wordt. Ook vind je hier wie jou kan helpen bij het oplossen van pestproblemen. Elke school heeft hier een aanspreekpunt voor.

Praat met de leerkracht
De eerste stap is altijd: praat met de leerkracht*. Maak een afspraak en vertel waarom je wil praten. Bedenk of je het fijn vindt om iemand mee te nemen. Als je iemand meeneemt, vertel dit dan ook van tevoren.

Wat is er aan de hand?

Zet thuis met je kind op een rij wat er precies gebeurt. De volgende vragen kunnen helpen:

  • Wie pest jouw kind en op welke manier?
  • Op welke momenten gebeurt het?
  • Heeft jouw kind het gevoel dat hij invloed heeft op het wel of niet pesten?
  • Wat heeft je kind al gedaan om het pesten te stoppen?
  • Wat werkte wel, wat niet?

Probeer samen na te denken over de uitzonderingen.

  • Wanneer heeft je kind geen last van het pesten?
  • Wie doen er niet mee aan het pesten?
  • Wie helpt jouw kind? En op welke manier?

Het is ook belangrijk om op een rijtje te zetten wat jij ziet bij je kind:

  • Wat merk je zelf aan je kind?
  • Wat is de invloed van het pesten op:
    • het gedrag thuis?
    • de schoolresultaten?
    • de zin om naar school te gaan?

De voorbereiding van het gesprek

Je weet nu wat er aan de hand is en kan dat ook uitleggen. De volgende vragen kunnen je helpen om het gesprek voor te bereiden.

  • Wat is jouw doel met dit gesprek? Wat hoop je dat er gebeurt na het gesprek?
  • Wat hoopt jouw kind dat er gebeurt na het gesprek?
  • Met welke voorbeelden kun je duidelijk maken dat je kind wordt gepest?
  • Welke informatie heb je van de leerkracht of mentor nodig?

Je kunt ook vragen aan de leerkracht stellen:

  • Herkent zij het pesten?
  • Hoe kijkt zij er tegenaan?
  • Ziet zij dat je kind niet gelukkig is op school?
  • Ziet zij dat jouw kind zich niet veilig voelt?
  • Wat kan zij doen om de situatie van je kind en de klas beter te maken?
  • Is er een anti-pestprogramma dat kan helpen?

Je kunt er ook voor kiezen om je kind zelf te laten praten met de leerkracht. Jij bent er dan vooral bij als steun.

Hoe ga je verder?

Bedenk hoe jij (en je kind  het fijn vinden om op te letten of het pesten ophoudt. Wat wil je dat de leerkracht doet? Wat wil je zelf doen? En wat kan je kind doen? Spreek af wanneer je elkaar weer spreekt. En wat jullie doen als het pesten niet ophoudt. Of als het opnieuw begint.

Op de website van ouders en onderwijs vind je meer informatie over wat je kunt doen als je kind wordt gepest. Hier lees je ook verhalen van andere ouders. Maar ook op Pestweb vind je handvatten.

*In het basisonderwijs noemen we deze persoon een leerkracht. In het middelbaar onderwijs is dit de mentor. Waar ‘leerkracht’ staat, mag je dus ook ‘mentor’ invullen.

Er wordt geklaagd over het gedrag van mijn kind. Hoe ga ik hier goed mee om?

Het is niet fijn als er geklaagd wordt over jouw kind, misschien ben je er wel van geschrokken. Alle ouders willen dat school een veilige plek is voor hun kind. Dat wil jij natuurlijk ook. Daarom is het niet fijn om te horen dat jouw kind dit misschien verstoort. Je kunt ervoor kiezen om de klachten niet te geloven en naast je neer te leggen. Ons advies is om dat niet te doen. Het is voor jouw kind belangrijk dat het duidelijk wordt wat er aan de hand is. Is er een misverstand? Is er echt iets aan de hand? Wat zijn de verschillende kanten van het verhaal?

Deze vragen kunnen je helpen:

  • Wie klaagt waarover?
  • Waar maken mensen zich zorgen over? Wat is de ‘zorg achter het klagen’?
  • Is er iets wat jij (of jouw kind of school) kan doen?
  • Hoe wil jij omgaan met de klachten?
  • Hoe wil school omgaan met de klachten?
  • Wat vind je kind ervan?

Je kunt deze vragen zelf beantwoorden, maar ook samen met je kind en samen met school. Het is belangrijk om er ook over te praten met de ouders of kinderen die de klacht hebben. Tijdens deze gesprekken heb je een open houding nodig. Het gaat er niet om wie er ‘schuldig’ is. Het gaat er om dat jullie samen voor een fijne plek op school kunnen zorgen.

Bedenk dat het niet alleen voor jou (en je kind) spannend is. Ook voor school en de andere kinderen en ouders is het spannend. Niemand vindt dit een fijne situatie. Soms helpt het alleen al om er samen over te praten. Je weet dan meer over elkaar en begrijpt beter waarom iets gebeurt. Soms helpt het om professionele hulp erbij te halen. Twijfel niet om dat te doen. Voor jouw kind is het belangrijk als de klachten op een goede manier worden opgepakt.