De leerkracht stelt extra ondersteuning voor. Wat gebeurt er nu?

Wanneer de leerkracht* denkt dat jouw kind extra hulp nodig heeft, komt er een gesprek met jou als ouder. Je praat met mensen van school, zoals de leerkracht en de intern begeleider (IB’er) of zorgcoördinator. Soms praten er ook andere deskundigen mee. Denk bijvoorbeeld aan een psycholoog, jeugdarts of logopedist. Deze gesprekken noem je een multidisciplinair overleg. Afgekort is dat een MDO.

Extra onderzoek

Soms is er extra onderzoek nodig. Bijvoorbeeld door een psycholoog of een logopedist. Als ouders moet je hiervoor altijd eerst toestemming geven. Je bent niet verplicht om toestemming te geven, stel dus gerust eerst vragen. Bijvoorbeeld: waarom vindt de school dit onderzoek nodig? Of, wie gaat het onderzoek doen? En hoe ziet dat onderzoek eruit?

De uitslagen hiervan worden meestal besproken in het MDO. Als ouder krijg jij altijd als eerste het verslag van het onderzoek te lezen. Ook als het onderzoek is afgenomen door iemand van de school.

Ontwikkelingsperspectief

Op basis van de onderzoeken en de gesprekken in het MDO wordt er met jou (en jouw kind) een plan gemaakt. Dit plan noem je het ontwikkelingsperspectief (OPP).

Evalueren

School houdt in het dossier van jouw kind bij hoe het gaat met de extra hulp. Minstens één keer per jaar bespreekt de school met jou het ontwikkelingsperspectief. School vertelt dan hoe ze denkt dat jouw kind zich zal ontwikkelen. En of de hulp die jouw kind krijgt nog steeds op dezelfde manier nodig is. Natuurlijk geef jij ook jouw mening hierover. Het ontwikkelingsperspectief kan na dit gesprek worden veranderd.

Jouw kind wordt betrokken

Het is erg belangrijk dat jouw kind mee doet in het proces. Kindgesprekken zijn daar een belangrijke manier voor. Die horen gevoerd te worden, met jouw kind. Daar kun je als ouders altijd naar vragen.